De stad uit of niet de stad uit: dat is de vraag?

Midden op het uitgestrekte land achter de dijk boog ik me voorover en rook ik aan een kluit aarde die de boer voor mijn neus hield. Een gezonde bodem kan je namelijk ruiken, zo zei hij. Het was een prachtige dag en even kon ik me helemaal voorstellen hoe het was om hier te wonen.

Voor onze themamaand over anders eten was ik voor een reportage afgereisd naar een biologisch dynamische boerderij in het meest noordelijke stukje van het Nederlandse vasteland. Het was toevallig ook het geboortedorp van mijn opa en het land dat Ede Staal bezong in zijn lied T Hogelaand. ‘Van Leens naar Kloosterburen’ uit die tekst was letterlijk de weg die we net hadden afgelegd om hier te komen.  

Column de stad uit

Ik ken het landschap goed uit mijn jeugd. De gele koolzaadvelden, de grote klompen klei, de herten in de ochtendschemer en de boerderijen die verspreid over het land liggen. Het vlakke landschap is hier uitgevonden en de horizon lijkt eindeloos ver weg. Het is alsof er in die weidsheid letterlijk meer frisse lucht schuilt. Maar hoewel ik er graag kom, is Noord-Groningen niet per se een plek waar ik zou willen wonen. Te weinig prikkels, te veel stilte en vooral te ver weg. Toch komen ook hier, op ruim 2,5 uur rijden van Amsterdam, steeds meer mensen uit het Westen wonen, zo vertelde de boer.

De trek de stad uit

De combinatie van de huizencrisis en de coronapandemie leek de afgelopen maanden steeds meer mensen uit de Randstad te drijven. Ook in Amsterdam merkte ik dat. Het Parool schreef vorige zomer zelfs dat Amsterdam haar aantrekkingskracht kwijt was. En ik snap dat, want ook ik begon me - na 25 jaar in de hoofdstad te hebben gewoond – ineens af te vragen of ik niet een keer de stad uit moest om het groen, de rust en de ruimte op te zoeken. Als alles in de stad namelijk gesloten is en je veroordeeld bent tot de schamele vierkante meters van je appartement, dan blijft er niet heel veel meer over dan een verzameling stenen met veel te weinig groen voor al die inwoners. Daar waar ik een paar jaar geleden nog trots zei dat ik in Amsterdam woonde, mompelde ik het nu bijna beschaamd. 

Nu we het thuiswerken massaal hebben ontdekt, wordt de wereld ineens een stukje groter. Wonen hoeft niet meer vlakbij je werk en dus stapelen de mogelijkheden zich op. Met name het Oosten en het Noorden lijken populair. Kleine steden als Zutphen krijgen wegens een sterk toenemende vraag op de huizenmarkt ineens te maken met een prijsstijging van 20,5%. Ook in het buitenland is de trek uit de grote stad een feit. ‘Millennials have been moving out of big cities’ kopte het Amerikaanse CNBC dit voor jaar nog en de Britse krant The Guardian wijdde een heel artikel aan het fenomeen van jongvolwassenen die de stad verlaten. “We zijn hier gelukkiger en rustiger,” zeggen de geïnterviewden over het leven op het platteland.

Groen zorgt voor meer geluk, minder stress en meer creativiteit

Groen maakt gelukkig

Ook in Nederland zijn rust en ruimte veel genoemde redenen om de drukke Randstad te willen verlaten. Je krijgt er meer meters voor je geld en vooral meer groen. En dat laatste zorgt volgens Wageningen University & Research voor meer geluk, minder stress en het bevordert ook nog eens je creativiteit – om maar even een paar dingen te noemen. Dat de behoefte aan groen is toegenomen, blijkt ook uit onderzoek van Motivaction in opdracht van Vogelbescherming Nederland (2020). Maar liefst 65% geeft aan behoefte te hebben aan meer groen in de nabije omgeving. Ook ik droom sinds de pandemie steeds vaker van een huis in het groen waar ik samen met een aantal vrienden kan wonen. Die vrienden zijn essentieel, want het platteland kan eenzaam zijn.

Column de stad uit

Terwijl ik voorzichtig nadacht over een mogelijke locatie voor deze gedeelde woonplek, werden de maatregelen één voor één opgeheven en kwam het leven in de stad langzaam weer op gang. Ik stond weer schouder aan schouder in een concertzaal, schuifelde in de drukte langs schilderijen in het museum en deed enthousiast mee aan een staande ovatie in Carré waar geen eind aan leek te komen, zo opgelucht en blij waren we dat we weer naar het toneel konden. Onderweg naar huis kwam ik een kennis tegen die aankondigde te gaan verhuizen. ‘De stad uit?’ vroeg ik bijna automatisch. ‘Nee joh!’ riep hij. Want als hij moest kiezen tussen natuur en cultuur dan won dat laatste en dat vind je nou eenmaal in de stad.

Cultuur of natuur

Eenmaal thuis plukte ik de eerste tomaatjes van mijn stadse miniatuurmoestuin en vroeg me af of ik cultuur en natuur niet op de één of andere manier kon combineren. Nu ik weer van alle geneugten van de stad kon genieten, wist ik niet meer zo heel erg zeker of ik naar het platteland wilde verhuizen. Meer groen kan je immers ook zelf creëren. Ik overwoog om samen met een vriendin mijn moestuin uit te breiden naar een moestuincomplex, maakte plannen met de buren om fruitbomen en kruiden in de straat te planten en containertuintjes aan te leggen. En toen ik las over plannen door de bouw van een verticaal, groen en duurzaam dorp in de stad ging mijn hart wat sneller kloppen. Hier komen twee werelden samen: de cultuur en levendigheid van de stad en het groen en de rust van het platteland. Dat lijkt me wel wat.  

BinnensteBuiten en het platform hetkanWEL delen hun missie om zoveel mogelijk mensen te inspireren om op een toegankelijke manier bewuster te leven. Wyke en Asceline gidsen ons in de vorm van een 2-wekelijkse column door de de wereld van duurzaamheid.