Om de monotonie van de lockdown te doorbreken, gingen Asceline en ik begin dit jaar een kleding challenge aan: #haalallesuitjekast. De spelregels waren simpel: we mochten onze kledingstukken maar één keer aan tot we alles (echt alles) uit onze kledingkast gedragen hadden. Ondergoed was natuurlijk uitgesloten, net als sportkleding. Bij mij duurde het 27 dagen voordat ik door mijn wintercollectie was, bij Asceline iets langer (en dat is een understatement).

Haal alles uit je kast

Tijdens de challenge herontdekten we kledingstukken, leerden we ‘out of the box’ denken, maakten we nieuwe combinaties en kwamen we erachter waarom we bepaalde kleding nooit meer droegen. Omdat het bijvoorbeeld niet lekker zat, niet meer paste of echt gedateerd was. En daarmee bedoelen we geen vintage. Er waren ook kledingstukken, die juist nu onze favoriet waren, zoals hele hoge hakken. Tijdens de lockdown was de keuken onze verste bestemming en dus was lopen geen issue. Terwijl anderen zich, heel begrijpelijk, maandenlang hulden in dezelfde broek en trui, zagen wij er elke dag leuker uit. Trots stuurden we elkaar ‘s ochtend een foto met onze outfit van die dag.  

100 dagen dezelfde jurk

Een paar weken geleden kwam ik online een tegenovergestelde challenge tegen, waarbij de deelnemers 100 dagen achter elkaar juist dezelfde jurk moesten dragen. Het bleek om een succesvolle marketingcampagne van een Amerikaans merk te gaan, maar dat maakte de challenge er niet minder interessant of minder populair op. Binnen no time voltooiden bijna duizend vrouwen de challenge en waren er meer dan 4.000 lid geworden van de besloten Facebookgroep, waarin ze niet alleen tips & tricks uitwisselden over het stijlen van de jurk, maar ook lief en leed met elkaar deelden. Een community was geboren.

De gemiddelde Nederlander heeft 172 kledingstukken in z’n kast hangen, daarvan dragen we er gemiddeld 50 niet

Wyke Potjer

Een journaliste van de Britse krant The Guardian besloot 40 dagen mee te doen (100 dagen was blijkbaar toch net iets te veel) en kwam tot de schokkende conclusie dat zowel haar man als haar omgeving niet door hadden dat ze wekenlang in dezelfde jurk rondliep. De enige opmerking die ze erover kreeg was van een vriendin met wie ze een wandeldate had: die vond dat ze opvallend chique gekleed was voor een ‘hike’. Dat was het. Je vraagt je bijna af waar we het dan überhaupt nog voor doen? Alleen voor onszelf?  

De 80-20 gewoonte

Toch wijkt de werkelijkheid (dit coronajaar even niet meegerekend) niet heel erg af van deze challenge om 100 dagen dezelfde jurk te dragen. De gemiddelde Nederlander heeft 172 kledingstukken in z’n kast hangen, blijkt uit onderzoek uit 2017. Daarvan dragen we er gemiddeld 50 niet en het is nog maar de vraag hoe vaak we de rest aan hebben. Natuurlijk, er zijn spijkerbroeken die we bijna letterlijk afdragen tot de laatste draad, maar er zijn ook stukken die we amper aan hebben. Omdat het niet lekker zit, voor een speciale gelegenheid gekocht is of omdat we niet goed weten hoe we het moeten combineren. 80% van de tijd dragen we 20% van onze kleding. Als je dat weet, ga je toch heel anders shoppen, hopen wij.

#30wears regel

Zelf kreeg ik ooit de tip om een kledingstuk alleen te kopen (nieuw of tweedehands) als het een absolute 10 is. Dat principe lijkt een beetje op de #30wears regel van de Britse Livia Firth (inderdaad de vrouw van acteur Colin Firth, die we allemaal kennen uit Bridget Jones). Zij bedacht dat je iets alleen moet kopen als je zeker weet dat je het minimaal dertig keer gaat dragen. Een soort ‘bij twijfel niet oversteken’ dus. Een principe dat helemaal aansluit bij de ‘slow fashion movement’ waarbij je het meeste uit je eigen kast haalt en je niet gedachteloos te buiten gaat aan (fast) fashion items, waarvan je de volgende dag amper nog weet dat je ze gekocht hebt. Ook wij werden hier als bewuste consument tijdens onze #haalallesuitjekast challenge af en toe nog mee geconfronteerd, maar weten nu gelukkig weer precies wat we hebben en vooral ook wat weg kan.