Waar komen teken voor?
In het hele land komen teken voor, in bos, park, de heide of in de tuin. Voornamelijk in de buurt van bomen of struiken, in het hoge gras of tussen dode bladeren. Teken kunnen zich vastbijten in de huid van mensen en dieren. Van een tekenbeet kun je ziek worden dus probeer een beet te voorkomen.
Een tekenbeet voorkomen doe je zo!
1. Vermijd de plekken waar teken veel kunnen zitten
Het helpt om tijdens het wandelen op de paden te blijven. Zo vermijd je het contact met het groen waar ze vooral zitten.
2. Bedek je lichaam
Wanneer je bedekkende kleding draagt verklein je ook de kans op een beet. Je maakt het de teek logischerwijs moeilijker om bij je huid te komen. Draag dus vooral lange mouwen, lange broekspijpen en kies voor gesloten schoenen.
4. Gebruik een teken-afweerspray
Een spray met DEET, IR3535, picaridine of citroen-eucalyptus olie (citrodiol) zijn heel effectief om het risico op een tekenbeet te verkleinen.
5. Check jezelf (en anderen)!
Als je terug bent van je wandeling, controleer dan je huid én je kleding op teken. Veeg de teken die zich nog niet hebben vastgebeten, direct weg. Een teek die het voor elkaar heeft gekregen om in je huid te bijten, verwijder die zo snel mogelijk met een tekenpen.
Ben je samen op pad gedaan? Dan is het ook makkelijk om bij elkaar te controleren, bijvoorbeeld achter je oren, je rug en knieholtes. Controleer daarnaast ook je huisdieren! Als ze door de struiken of het hoge gras hebben gerend, pikken ze zo een teek op.
Bron: IVN Natuureducatie
Moet je naar de huisarts met een tekenbeet?
Het is altijd raadzaam om een tekenbeet, na het verwijderen van de teek, goed in de gaten te houden. Neem contact op met je huisarts als er een rode cirkel ontstaat rondom de beet of als je griepachtige verschijnselen krijgt. De klachten kunnen wijzen op de ziekte van Lyme. Ook als je twijfelt aan je klachten, is het goed om het te overleggen.