ringmus

De ringmus

Oktober is de perfecte tijd om op zoek te gaan naar de ringmus. Dit kleine bruine vogeltje wordt vaak verward met de huismus en staat deze maand centraal in Uitvogelen met Camilla.

Herkenning
De verwarring met zijn huiselijke soortgenoot komt niet uit de lucht vallen. Beiden vogeltjes meten rond de veertien centimeter en hebben een verenkleed van verschillende bruintinten. De ringmus verschilt echter van de huismus in zijn roodbruine kop, lichte wangen en kenmerkende donkere wangvlek, die bij de huismus ontbreekt. Man en vrouw ringmus zijn identiek. Hun dikke mussensnavel laat een vlijtig nasaal getsjilp horen dat net als hun verenkleed veel op dat van de huismus lijkt.

ringmus
De ringmus | Foto: Rudo Jureček

Ringmus blijkt huismus
Verre reizen zijn aan de Nederlandse ringmus niet besteed. In het najaar en de winter is zijn favoriete bestemming Rundum Hause, met hoogstens wat korte rondzwervingen als uitstapje. Wel ontvangt het vogeltje in oktober bezoek van familie uit het buitenland: ringmussen uit Noord- en Oost-Europa trekken dan door ons land.

Leefwijze
In tegenstelling tot de huismus houdt de ringmus zich het liefst aan de rand van de stad op. In boerenlandschap met heggen en struiken voelt het diertje zich helemaal senang: Hier is volop eten te vinden in de vorm van zaden, graanresten, onkruiden en insecten.

Kijktip
Wie de ringmus in levenden lijve voor de lens wil krijgen, heeft de grootste slagingskans in het oosten van het land, met name in Overijssel. Hier vind je de grootste ringmussenpopulatie.

Broeden
De ringmus broedt van eind april tot en met juli en heeft een voorkeur voor schuren, dakpannen, nestkasten en natuurlijke holtes. Sommige ringmussen zoeken de gezelligheid op en vestigen zich bij ooievaars. De kraamperiode geschied soms in kolonies en bedraagt gemiddeld 2 tot 3 legsels van 2 tot 7 eieren.

Status
In Nederland gaat het niet goed met de ringmus. Sinds 1990 is het aantal ringmussen in Nederland gehalveerd tot ongeveer 50.000 in 2015. Zijn vermelding op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels is voornamelijk het gevolg van landbouwintensivering. In de afgelopen decennia is de agrarische sector zo efficiënt geworden dat er nauwelijks resten overblijven na de oogst en ongecultiveerde begroeiing plaats heeft gemaakt voor geoptimaliseerde landbouwgrond. Het gemanagede Nederlandse landschap laat ook buiten het platteland weinig ruimte over voor struiken en heggen die ringmussen bescherming bieden.

Wat kun je doen?
Gelukkig hoeven we niet machteloos toe te kijken hoe het aantal ringmussen in Nederland afneemt. Een dichte heg van bijvoorbeeld liguster, meidoorn en sleedoorn biedt beschutting aan ringmussen en andere vogels. Het ophangen van nestkasten, aanbieden van zaden en zonnepitten en het ‘rommelig’ houden van de tuin zijn kleine handelingen die een groot verschil maken. Boeren kunnen met houtwallen, hoogstamboomgaarden en onkruidrijke percelen een gastvrij en voedselrijk landschap creëren voor de ringmus.

Deze serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vogelbescherming Nederland.

Meer inspiratie?

Meld je aan voor meer binnen en buiten inspiratie!