Aanhanger van de struisvogeltactiek
Als het over opruimen gaat, zijn er volgens mij vier types. Allereerst de mensen die geen last hebben van rommel (type 1). Dan zijn er mensen die heel netjes zijn en bij wie alles een vaste plek heeft (type 2) of bij wie het juist een gezellige, georganiseerde rommel is (type 3). En dan heb je de laatste categorie. Dit zijn mensen die doen alsof ze netjes zijn (type 4), maar te slordig zijn om iets een vaste plek te geven en te netjes om alles rond te laten slingeren. Ze gedragen zich als een struisvogel en verbergen spullen achter gesloten deuren en laatjes. Wat je niet ziet, is er niet. Ik val meestal onder die laatste categorie.
De hoeveelheid rommel in huis wordt me te veel
Het grootste deel van het jaar werkt deze tactiek goed voor mij. Helemaal sinds ik leef volgens het principe hoe minder erin, hoe minder eruit. Maar twee keer per jaar, aan het begin van de lente en aan het einde van de zomer, krijg ik het op mijn heupen. Dan wil ik alles goed schoonmaken, maar baal ik van de rommel. Ik krijg dan de onbedwingbare drang om schoon schip te maken.
Timing is cruciaal
Het opruimen van mijn huis en het afvoeren van de rommel doe ik als ik alleen thuis ben. Anders loop ik het gevaar dat ik aan het eind van een dag puinruimen twee kinderen – en misschien zelfs een man – met hun hoofd in een vuilniszak aantref. Niet om er iets in te gooien, maar juist om er weer iets uit te halen. Dat wil je niet. Daarom is timing cruciaal.
Maak een plan
Daarnaast heb je een plan nodig. Je kunt als een kip zonder kop beginnen, maar dan is de kans groot dat je aan het einde van een lange dag meer rommel hebt gemaakt, dan opgeruimd. En dat is nog erger dan uitpuilende laatjes. Je moet dus overzicht creëren en prioriteiten aanbrengen. Zo begin je op de plekken waar je je het meeste aan stoort en boek je het snelste blijvend resultaat.
'Aan het begin van de lente wil ik alles goed schoonmaken, maar baal ik van de rommel'
Zet een timer
Als ik eenmaal begin, bedenk ik hoeveel tijd ik aan een taak wil besteden. Als ik dat niet doe, kan ik niet meer stoppen. Daarom zet ik een timer en stop ik als die gaat. Dat helpt - ook als je jezelf moeilijk kan motiveren - om door te pakken en iets af te maken.
Maak stapels
Per plek, haal ik alles uit de la of kast. Ik zoek het uit en maak stapels op de grond: wegdoen, bewaren en verplaatsen. Alles met waarde dat op de eerste stapel belandt, geef ik weg, of verkoop ik. Is iets kapot, dan kijk ik of ik het kan (laten) repareren. Wat verloren is, scheid ik weer in twee stapels. De eerste stapel is ‘een tweede leven’. Een oude mobiele telefoon gaat bijvoorbeeld naar het bedrijf NoWa, dat er sieraden van maakt. Kleding of ander textiel breng ik naar een Drop & Loop machine. En wat er overblijft gaat in de juiste afvalcontainer. Wat ik wil bewaren of verplaatsen, ruim ik op. Is het klaar? Dan ga ik door met de volgende plek op mijn prioriteitenlijstje.
Last van gewetenswroeging
Deze aanpak werkt geweldig goed voor de meeste plekken in huis, maar als ik bij de kamers van mijn kinderen kom, gaat het mis. Terwijl ik zoek naar spullen die wegkunnen, lach ik om een opstel, zie ik een nieuwe Picasso in een tekening en overvalt me een gevoel van melancholie bij het inpakken van oud speelgoed. Meestal gaat tegen die tijd de timer en zit er maar een ding op. Ik stop alles terug in de kast, sluit de deur van hun kamer en probeer het over zes maanden gewoon nog een keer. De struisvogeltactiek doet dan wonderen.
Meer inspiratie?
BinnensteBuiten en het platform hetkanWEL delen hun missie om zoveel mogelijk mensen te inspireren om op een toegankelijke manier bewuster te leven. Wyke en Asceline gidsen ons in de vorm van een tweewekelijks column door de wereld van duurzaamheid.